MENU
Deze site als link op uw tablet of smartphone? > Hoe doe ik dat?

Veilig werken binnen natuurwetenschappen

Wil je weten hoe je veilig kunt werken in het praktijklokaal? Hier vind je informatie over (onveilige) proeven, chemische stoffen, wetten en regels, handige checklists, instructiekaarten voor apparatuur en meer.

Wet en regelgeving

De arbowet vormt het algemeen wettelijk kader op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn in verband met arbeid. Lees hier alles over Wet- en regelgeving

> Bekijken

Checklists

Met de checklists beoordeelt u periodiek of aan alle aspecten rond veiligheid voldaan is. Gebruik de lijsten die in uw situatie van toepassing zijn en zorg dat uw lokaal veilig is.

> Bekijken

Instructies

Stap-voor-stap handleidingen voor gebruik van apparaten, zoals de bunsenbrander en aflezen van precisie glaswerk. Verder alle P en H zinnen en gevaarsymbolen.

> Bekijken

Adviezen

  • 1 / Arbo Nvon app

    De app is niet alleen voor TOA’s en leraren informatief. Ook preventiemedewerkers, arbocommissies en verantwoordelijken voor facilitair kunnen er hun voordeel mee doen. Klik bovenaan de site om deze als link op uw smartphone of tablet te zetten.

  • 2 / (Bedrijfs)hulpverlening

    De natuurwetenschappelijke vakken kennen een verhoogd veiligheidsrisico. Het is belangrijk dat er snel hulp geboden kan worden. Daarom is het wenselijk dat minstens één leraar natuurwetenschappen en één TOA zijn opgeleid tot bedrijfshulpverlener of zodanig zijn opgeleid dat zij adequaat kunnen handelen bij calamiteiten die specifiek bij de natuurwetenschappelijke vakken kunnen voorkomen.

  • 3 / Arbocommissie

    Gezien de vakspecifieke risico’s bij de natuurwetenschappelijke vakken is het aan te bevelen dat de arboverantwoordelijke van de school zich laat bijstaan door een vertegenwoordiger van de sectie natuurwetenschappen (TOA of leraar).

  • 4 / Toezicht

    De natuurwetenschappelijke vakken zijn vakken met een verhoogd risico, omdat er wordt gewerkt met en in aanwezigheid van chemicaliën en apparatuur. Het toezicht op leerlingen in het vaklokaal draagt de werkgever (bestuur/ directie) in de praktijk op aan de vakleraar en/ of de TOA. Om te voorkomen dat ongelukken gebeuren, mogen leerlingen nooit zonder toezicht in een vaklokaal aanwezig zijn. Tevens mogen leerlingen uitsluitend practicum doen of een natuurwetenschappelijke experiment uitvoeren onder deskundig toezicht en onder de verantwoordelijkheid van de docent.

  • 5 / Toezichthouders bij practica

    Hoewel de risico’s bij practica sterk afhangen van het soort proeven, adviseren we om als algemene regel te hanteren: één toezichthouder per 15 leerlingen of gedeelte daarvan. Een toezichthouder moet over de vereiste vakinhoudelijke kennis én kennis t.a.v. de risico’s beschikken. Dat sluit toezicht door een niet (of onvoldoende) gekwalificeerde of géén enkel toezicht dus uit.

  • 6 / Groepsgrootte

    Voor proeven met een laag risicoprofiel en onder gunstige veiligheids- en werkomstandigheden is de maximale acceptabele groepsgrootte: 30 voor havo / atheneum / gymnasium, 24 voor vmbo en 16 voor lwoo . Bij een hoger risicoprofiel moet worden afgewogen welke groepsgrootte verantwoord is. Dit hangt onder meer af van soort proef, geoefendheid leerlingen, ruimte waarin gewerkt wordt, . . . etc. (zie ook: VO-signaal Organiseren goed toezicht in het praktijklokaal).

  • 7 / Ongevallen en incidentenregistratie

    Het is zinvol dat leraren en TOA’s incidenten (ook ’bijna-ongelukken’) vastleggen. Dan kunnen te nemen veiligheidsmaatregelen onderbouwd worden, kan de informatie toegevoegd worden aan de RI&E en kan de school verantwoording afleggen over de mate van veiligheid.

  • 8 / Lokaalgebruik

    Elk natuurwetenschappelijk vak stelt aan het gebruik van het vaklokaal specifieke eisen. Daarom mogen in principe alleen vakleraren natuurwetenschappen in deze vaklokalen lesgeven. Als een practicumlokaal gebruikt wordt als theorielokaal moet er extra aandacht gegeven worden aan een goede instructie t.a.v. de brandveiligheid en andere veiligheidsmaatregelen (in het bijzonder als het niet-vakdocenten betreft). Water, gas en elektra op de practicum- en demonstratietafels moeten in dat geval afgesloten zijn.

  • 9 / Nieuwbouw en renovatie

    Bij nieuwbouw of renovatie is advies door deskundigen (bijvoorbeeld brandweer, gemeente, Arbodienst of Inspectie SZW) en van een vertegenwoordiging van de vakleraren en TOA’s natuurwetenschappen noodzakelijk.